Vlaardingen

Posted: February 18, 2014 in Sport
Tags: ,

Ik was een jaar of 16 toen ik mijn eerste ‘grote’ schaatsprestatie neerzette. Tenminste volgens Wateringse begrippen. Tegelijk was het mijn grootste teleurstelling. In Wateringen, het Westlandse dorp waar ik woonde, was de tocht een begrip. En al een paar keer was ik er aan begonnen.

Toen ik negen jaar was voor het eerst. Samen met mijn moeder stapte ik op het ijs. We woonden aan een sloot, dus de tocht begon letterlijk in de achtertuin, en via andere slootjes schaatsten en klunden we naar het officieuze startpunt De Zweth. Een kanaal dat dwars door het Westland loopt. Het was er druk, heel druk. Kinderen op sledes, mannen en vrouwen op Noren, jongens op ijshockeyschaatsen en mijn moeder en ik. Mijn moeder op kunstschaatsen, en ik op noren, met enkelbandjes tegen het zwikken.

Schaatsen bij Schipluiden

Schaatsen bij Schipluiden

Tussen alle mensen begonnen we te schaatsen bij cafe De Bonte Haas en we gingen richting Kwintsheul na een paar kilometer linksaf naar Schipluiden.  Bij Schipluiden waren er Koek en Zoepie stalletjes, heel veel volgens mij, maar we gingen verder. De kassen lagen al een eind achter ons en schaatsten verder over het kanaal, wind in de rug. Maar de eindbestemming haalden we niet, ik werd moe na een kilometer of 10 schaatsen. En de terugweg was tegenwind. Ik bezwoer mijn moeder dat ik het wel zou volhouden, maar ze was verstandig en draaide om. En natuurlijk ging ik mee.

Jaren later, toen ik 16 was, deed ik de tocht opnieuw. Ik stapte achter ons huis op het ijs. Nu zonder mijn moeder, nog wel op noren, maar zonder enkelbandjes. Ik ging weer op weg over de Zweth, en na een tijdje schaatsen herkende ik het punt waar ik omdraaide met mijn moeder. Maar nu reed ik verder, ik waande me Erik Hulzebosch, of Jan Eise Kromkamp. Hoewel ik absoluut niet goed kan schaatsen.

Een stukje verderop zag ik wat kraampjes op het ijs. Maar dat kon de eindbestemming nog niet zijn, want ik was pas net aan het schaatsen, ik liet de kraampjes links liggen en reed verder. Totdat ik het bordje zag dat langs de weg de richting naar Rotterdam wees.  Ik was te ver gereden, ik moest terug. De kraampjes waren wel de eindbestemming. En ik werd kwaad. Ik denk dat het in de buurt van Koen Verweij kwam, die tweede werd op de Olympische Spelen. Het stoom kwam uit mijn oren, en ik schaatste woest naar huis. Het einddoel lag ongeveer 16 kilometer van mijn huis vandaan. En als ik op de kaart had gekeken, had ik dat natuurlijk moeten weten. Maar dat had ik niet gedaan. Ik had me voorbereid op een monstertocht, had drinken en bananen bij me, en geld om onderweg mijn proviand te kunnen aanvullen.

‘En?’, vroeg mijn moeder, ‘Heb je de hopjes meegenomen?’. Ze doelde op de koekjes die je kon kopen op het ijs, als ultieme triomf dat je er geweest was. ‘Nee! Het is maar een klein stukje! Waar maakt iedereen zich druk om? Het is helemaal geen prestatie om naar Vlaardingen te gaan!’, brulde ik. En ik was diep teleurgesteld.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s